Andermans geluk
Door Jasmijn Mioch

Een vleugel staat midden op het toneel, een lange jongen met wild kapsel begint aan een voorstelling die het hele leven zal beslaan. De liedjes beginnen bij het huwelijk en gaan door tot aan het gesprek bij de begrafenisonderneming. Hij creëert met zijn optreden het imago van een schuchtere jongen. In een van de liedjes typeert hij zichzelf: “Ik ben niet direct het type van: ‘ZO IK STAP MEER WEER EENS OP,’ eerder het type van: ‘Oh, ben ik de laatste…”’ Het ongemakkelijke typetje dat hij neerzet wordt helaas versterkt door de echte zenuwen die Groeneveld parten lijken te spelen. De thematiek van de liederen zijn bij vlagen echt mooi verpakt, zoals ‘het sollicitatiegesprek’ waarin met dalende grafstem twee herkenbare karakters van de werkvloer worden neergezet en een enkele toon doet grinniken. De tekst ‘van andermans geluk wil iedereen genieten’ slaat aan bij het publiek dat in het laatste refrein fluisterend de slotzin aanvult: ‘daarom is het druk op kraamvisite.’ De voorstelling wordt afgesloten met een inventieve muzikale act en een tennisracket. Groeneveld is een kleinkunstenaar in de maak.