Backstage bij het Leids
Bart Melief
Kees Torn heeft in de artistenfoyer een ingewikkeld gesprek over Whisky. Op het zijtoneel voert Thomas van Luyn Kung Fu-combo’s uit, waarschijnlijk als opwarming voor zijn rol als presentator. Verspreid door de schouwburg zitten, lopen en hangen deelnemers die zich op uiteenlopende manieren en met wisselend succes proberen te ontspannen. Ondertussen staat Harry Kies, uitvinder van het festival, in de coulissen met de handen op de rug te genieten van zijn welverdiende pensioen. En Hij ziet dat het goed is.
Vanavond is de halve finale van het Leids cabaretfestival 2012 en ik mag bij hoge uitzondering meekijken achter de schermen. Afgelopen dinsdag werd bekend dat maar liefst vijf mannelijke solisten de voorrondes van het festival hebben overleefd: Omar Ahaddaf, Pepijn Schoneveld, William Boeva, Edo Berger en Arnout van den Bossche. Er staat veel op het spel, want over een paar uur wordt duidelijk wie van hen doorgaan naar de finale. Het verschil tussen wel of niet de finale halen is trouwens behoorlijk groot: behalve extra publiciteit en de kans op prijzen is er namelijk een finalistentour van ruim veertig optredens, die in het verleden niet zelden het begin van een glansrijke carrière is geweest.
Ontspannen sfeer
Wat direct opvalt als ik ’s middags de schouwburg binnenkom, is de ontspannen manier waarop iedereen hier met elkaar omgaat. Waar ik een heksenketel vol verhitte technici en gestreste regelaars verwacht, vind ik een club geroutineerde professionals en veel menselijke warmte. Eindbaas Helga Voets, opvolger van Harry Kies, sluit elke deelnemer na zijn optreden als een verloren zoon in de armen. In de artistenfoyer is het permanent een gezellige rotzooi met onder andere Kees Torn en je kunt overal in de schouwburg gaan en staan waar je wil.
Tussen half vier en half zes worden de deelnemers geïnterviewd, komt er een fotograaf langs voor persfoto’s en bepaalt iedereen voor zichzelf waar en wanneer hij wil gaan eten. Het merendeel van de groep gaat samen met de techniek en de organisatie eten bij de Brasserie en ook hier komt en gaat iedereen wanneer het hem uitkomt.
Eigen stijl
Rond acht uur is men achter de schermen klaar en gefocust. Wedstrijdspanning, ook bij de organisatie. Ik krijg instructies van vaste technicus Eelco dat ik tijdens de optredens geen geluid mag maken en niet mag bewegen, want dat leidt af tijdens het spelen. Even later stroomt het publiek vol verwachting de zaal in. Stilte. Intromuziek. Thomas van Luyn checkt zijn kaarten. Dan loopt hij het podium op en opent de avond met vijf soepellopende volzinnen. Voor en na elk optreden vertelt hij op zijn geheel eigen, even originele als metroseksuele wijze wat er vertelt moet worden en laat de avond verder over aan de kandidaten. Moet ook wel, want met vijf optredens en een gastoptreden wordt het een lange avond. Of in zijn woorden: een vijf gangenmenu met een champagne-sorbetspoon aan het einde.
Elke deelnemer heeft zijn eigen stijl als het gaat om voorbereiding en opwarmen. Omar en zijn broer staan zeer op tijd gezenderd bij het podium, evenals Pepijn die een uur eerder nog de kans zag om even topless te soundchecken. William zit in zijn kleedkamer en komt op het laatste moment naar het podium. Edo heeft een bijzonder uitgebreide en energieke warming up: hij speelt de hele middag met de Wii in de artiestenfoyer. En tot slot Arnout, die ligt veelal rustig op de bank en staat een paar minuten voor tijd ineens strak in’t pak in de coulissen.
Tijdens de optredens zelf gebeurt er in de coulissen vrij weinig. Organisator Geert schuift een keer een flesje water het podium op bij Edo, die last van zijn stem heeft, maar verder is het vooral wachten en hopen dat alles goed gaat. Op het zijtoneel staat een grote flatscreen waarop je kan zien wat er op het podium gebeurt en ook vanaf de zijkant kun je de deelnemers zien spelen. De respons van het publiek is vanaf hier niet zo goed te horen: alleen volle lachsalvo’s en applaus dringen door. Als het gaat om zenuwen doorloopt elke deelnemer ongeveer dezelfde cyclus: van tevoren gespannen, na het optreden in meer of mindere mate euforisch, en daarna weer opnieuw in de stress voor het oordeel van de jury.
Het vonnis van d’Ancona
Na een tamelijk briljant gastoptreden van Sander van Opzeeland, is het woord dan eindelijk aan de jury. Die heeft iets meer tijd nodig dan verwacht, maar dat is geen probleem, want Van Luyn heeft plenty blijgeestig pianospel op voorraad.
Dan is het zo ver, de vierkoppige jury, bestaande uit Jacques d’Ancona, Andreas Fleischmann, Doesjka van Hoogdalem en Kim Smit, betreedt het podium. Op het zijtoneel is het dringen tussen alle deelnemers en betrokkenen die zich daar hebben verzameld. De spanning is voelbaar hoog opgelopen. Na een korte inleiding worden de juryrapporten voorgelezen van degenen die niet door zijn: William en Edo. Een grote teleurstelling, ook al weet je dat het erbij hoort. De rapporten zijn trefzeker geformuleerd. Constructief, maar vooral eerlijk en daarom soms ook pijnlijk. Voor twee van de vijf is het nu afgelopen en dat voelt als een anti-climax. De deelnemers die wel in de finale staan, Omar, Pepijn en Arnout zijn opgelucht, maar zijn in hun hoofd direct alweer bezig met de beproeving die gaat komen. Zij hebben nu anderhalve dag de tijd om zich op te laden voor de volgende, laatste ronde, aanstaande zaterdag in de Leidse schouwburg.


